Wat er voor 1920 precies aan de hand was, is moeilijk te achterhalen bij gebrek aan geschreven documenten.

Mondelinge overleveringen leren ons dat “er vroeger een in markies geklede groep” mee opstapte.

Wat is “vroeger”, had die groep iets te maken met de genaamde Etat-Major ?

Er werd eerder verwezen naar een 7-jarige cyclus.

Spijtig dat we hierover niet meer weten want 7 is een symbolisch getal,

en “om de 7 jaar deelname” komt ook op andere plaatsen voor.

Een spoor van een Etat-Major is terug te vinden in 1914 in het dagboek van de gemeenteontvanger,

aan wie de vereniging 15 frank betaalt als “taxe sur les divertissements publics",

waarschijnlijk de organisatie van een bal.

 

“ We weten met zekerheid, dat deze groep

(Etat-Major) reeds begin deze eeuw deelnam".

(Uit Hallensia, jaargang 11, nr 1 januari-maart '89: “De Sint-Veroonmars, een historische benadering”)
*R.De Jonghe, C.Petit en D.Vandenplas*

 

Tenslotte staat in onderstaande brochure een foto van voor 1914, met zestien man erop.

Er is een verscheidenheid aan gecombineerde klederdracht te zien, waaronder enkele Franse en 2 gidsenuniformen.

Tot 1914 werden sommige uniformen nog effectief gedragen als uitgangstenue in het Belgische leger.

Opmerkelijk is dat de Etat-Major in de eerste jaren van zijn bestaan aan verscheidene,

meestal “vaderlandslievende” stoeten en optochten buiten Lembeek deelnam.

Zo werden ze uitgenodigd te Sint-Gillis in 1926.

In de tijd tussen de twee wereldoorlogen groeit de Etat-Major al vlug uit

tot een met Pasen niet meer weg te denken groep.

De verankering van de groep in de Lembeekse gemeenschap en in de paasfeesten gebeurt probleemloos.

Bewijs hiervan zijn onder meer de eretekens die het gemeentebestuur in 1936 uitreikt aan Etat-Majorleden, waaronder de stichters :

Frans Bricout, Frans Martel, Victor Borremans en Armand Bailly.

Eén ding staat vast : de Etat-Major, zoals hij nu is, vindt zijn oorsprong rond 1920.

 

“Paschen nadert …!”

 

Met deze haast rituele aanhef, richt de “Cerkel Etat-Major” zich tot de Lembekenaars.

"Sedert lange jaren bestaat er in Lembeek eenen Etat-Major,

voor doel hebbende de Paasfeesten te verheffen door zijne deelneming aan de militairen stoet.”

De nieuwe initiatiefnemers gooien het over een andere boeg

"De cerkel richt zich op nieuwen voet in, zijne bestuursleden hebben besloten,

zijne officieren met toekomenden Pasen in buitengewonen uniform daar te stellen".

De Etat-Major buitenshuis in de jaren dertig

 

De vereniging stelde zich zonder schroom voor als

“un brillant Etat-Major d’avant guerre”.

 

Viering van 100 jaar Belgische onafhankelijkheid te Fosses, Oisquercq en La Louvière.

Een hoogtepunt was de deelname aan een folkloristische, historische stoet op de Wereldtentoonstelling van 1935 te Brussel.

1940, het einde van een tijdperk

 

De oorlogsdreiging wordt alsmaar groter. Toch bereidt de Etat-Major zich in 1940 voor op Pasen “ondanks de huidige omstandigheden dees jaar”.

Het laatste vooroorlogse document : lijst der ruiters, 26 maart 1940.

Tijdens de oorlogsjaren is er geen activiteit, toch wordt de verzekeringspremie bij “La Baloise” van 1940 tot 1944 jaarlijks betaald .

Op Paasmaandag 2 april 1945 treedt de Etat Major opnieuw aan met 23 ruiters.

1950-1960, even een dipje

 

Het valt niet te ontkennen, in de jaren 1950-1960 was er enige sleet op Pasen (letterlijk ook op uniformen en uitrusting).

Er was een toenemende schaarste aan paarden, ruiters en mensen die met paarden konden omgaan.

Op de agenda van de algemene vergadering van de Etat-Major in 1965 staat de “kwestie der paarden”.

Het aantal ruiters is niet het absolute criterium voor de leefbaarheid van een groep,

maar dat er in die jaren nog amper een dozijn in de Etat-Major overbleven, was wel een veeg teken.

De Lembekenaars bleven in elk geval “hun” folklore trouw, de inzet en beleving verminderde niet.

De soldatengroepen en kasdragers werden de hoeders van een traditie.

Met een grondige logistieke vernieuwing was al in de jaren 70 aangevangen met de systematische aanschaf en herstelling van uniformen en uitrusting.

Na de fusie der gemeenten van 1977, gaf de stad Halle aan enkel nog een subsidie toe kennen aan de soldatenverenigingen,

"op voorwaarde dat de vernieuwing van de kledij verder zou worden doorgedreven".

Een niet mis te verstane boodschap, de Etat-Major besteedde tussen 1976 & 1987 voor ongeveer 8.500€ aan nieuwe uniformen en uitrusting.

In de periode 1985-1995 zette de Etat-Major resoluut belangrijke stappen, richting toekomst.

De vereniging gaf zich een stevige juridische en administratieve basis.

Ze werd een VZW waarvan de statuten gepubliceerd zijn in het Belgisch Staatsblad van 13 april 1989 onder de naam :

“Etat-Major der Paassoldaten van Lembeek”, kort “Etat-Major”.

In 1995 ging het 75-jarig jubileum niet onopgemerkt voorbij:

Men organiseerde een taptoe en een academische zitting in het stadhuis, een gelegenheidskoor o.l.v. Gust Langendries gaf het beste van zichzelf en werd met vele positieve reacties beloond.

Wegens een MKZ-epidemie die uitbrak in 2001 mochten de paarden dat jaar niet van stal.

De ruiters waren dus verplicht om af te stijgen en het traject deels te voet en per bus af te leggen.

De Etat Major is eveneens van de partij bij de viering van 175 jaar Cavalerie en Carabiniers in 2005

en de festiviteiten omtrent het 75-jarig bestaan van Soldatenclub Congo in 2007.

 

Vanaf de jaren 2000 werd verder geïnvesteerd in militaire zadels, zadeldoeken, een cape voor de ruiter, etc...

De vereniging blijft zich op deze manier verder inzetten om een mooie traditie in stand te houden en het erfgoed te bewaren.